De Willem Barentsz-lepel – De reis en het snijden van een replica

Soms ligt de uitdaging niet in het bedenken van iets nieuws, maar in het ontsluiten van iets ouds. Deze lepel, gevonden in het Behouden Huys op Nova Zembla is daar een voorbeeld van. Nederlands erfgoed met een prachtig verhaal. In deze blog neem ik je mee in het proces van het maken van een replica van wat ik voor het gemak maar de Willem Barentsz-lepel ben gaan noemen. Welke keuzes maak je? Hoe blijf je trouw aan het origineel, en waar is ruimte voor interpretatie? En wat kunnen we leren van deze lepel over de mensen die hem gebruikten? Maar eerst een korte beschrijving van de reis.

Het fragment van de lepel in het depot van het Rijksmuseum.

Op een avond, zoekend naar historische lepels in de digitale archieven van Nederlandse musea trok dit fragment van een kleine lepel meteen mijn aandacht. Krachtig gesneden en sprekend gedecoreerd -gemaakt door iemand die wist wat hij deed, met eenvoudig gereedschap en veel gevoel voor vorm.

Nieuwsgierig ging geworden bekeek ik wat er over de lepel bekend was. Vindplaats: Het Behouden Huys op Nova Zembla. Ik was meteen geboeid. Dit was niet zomaar een lepel, maar een tastbaar stukje van de Nederlandse geschiedenis. Verbonden aan één van de beroemdste expedities uit de geschiedenis van Nederland, namelijk die van Willem Barentsz. Het verhaal achter deze lepel maakte hem nog intrigerender. Meestal gaat het verhaal van een lepel verloren, maar van deze weten we nog verrassend veel. Het was dan ook onvermijdelijk: ik moest deze Willem Barentsz-lepel nasnijden.

Door de ogen van een lepelsnijder

Ik ben geen historicus, archeoloog of expert in geschiedenis of historische voorwerpen. Wat ik hier met jullie deel, is gebaseerd op mijn eigen ervaring als lepelsnijder. Toch heb ik deze ontdekkingsreis niet alleen gemaakt. Veel mensen hebben me geholpen en ik ben hen daar ontzettend dankbaar voor.

Een replica snijden doe je niet alleen

In het bijzonder wil ik Hans Piena (Bijzonder Hoogleraar voor het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap en Conservator werken voor het Nederlands Openluchtmuseum), Jan de Hond (conservator van het Rijksmuseum), Nina Buitenhuis en Dennis Kemper (beiden Depotcoördinator van het CollectieCentrum Nederland) en Silke Lange (Senior KNA Archeologoog/Archeobotanist) bedanken voor hun tijd, kennis en waardevolle inzichten.

De reis en het Behouden Huys

Waarom gingen ze op reis?

Op 10 mei 1596 vertrokken twee schepen uit Amsterdam om een noordelijke zeeroute naar het Oosten te vinden. De hoop was dat deze route veiliger, sneller en dus vooral goedkoper zou zijn. De vloot splitste op bij Spitsbergen: Jan Corneliszoon Rijp keerde snel terug door ijsvorming, terwijl Willem Barentsz en Jacob van Heemskerck koers zetten naar Nova Zembla. Hun pogingen om door het ijs te varen mislukten, waardoor ze in september 1596, net na het besluit terug te keren, definitief vast kwamen te zitten in het ijs.

Het noodlot slaat toe, ingevroren in het pakijs

Met het schip ingesloten in het pakijs, bouwde de bemanning een blokhut om te overwinteren: het Behouden Huys. De barre omstandigheden, ijzige kou, het ontbreken van daglicht en een tekort aan vitaminen maakten de overwintering extreem zwaar. Door de jacht op poolvossen en ijsberen hielden ze zichzelf in leven, maar een aantal van hen waren aan het eind van de winter ernstig ziek.

Wat stond er op het menu?

Ze kookten eenpansgerechten boven kolenvuren en gebruikten houten kommen, borden, (tinnen) lepels en tafelmessen. Hun dieet bestond vooral uit houdbaar droogvoer dat eerst geweekt moest worden: granen voor pap, scheepsbeschuit en stoofpotten met bonen, erwten, stokvis en pekelvlees. Ook was er bier en wijn, hoewel het meeste bier bij de eerste vorst al verpieterde, waardoor er voornamelijk water werd gedronken.

De terugreis

In juni 1597 vertrokken ze in sloepen die ze zelf zeewaardig hadden gemaakt voor de terugreis, terwijl het schip nog steeds vastlag. De terugtocht was gevaarlijk en zwaar. Willem Barentsz, ernstig ziek, overleed onderweg aan de gevolgen van een val in het ijskoude water. De 12 overlevenden bereikten uiteindelijk Kola, waar ze bij toeval werden gered door Jan Corneliszoon Rijp. Op 1 november 1597 keerden ze terug in Amsterdam.

Nova Zembla herontdekt

Bijna 300 jaar later, in 1871, ontdekte de Noorse kapitein Elling Carlsen, op zoek naar nieuwe jachtgebieden, de blokhut, nu bekend als ‘Het Behouden Huys’. De blokhut en de voorwerpen erin waren letterlijk bevroren in de tijd door een dikke laag ijs die alles bedekte.

De vondst van de Willem Barentsz-lepel en hoe deze naar Nederland kwam

De reis – in zijn eigen tijd al wereld beroemd – en dus de vondst van het Behouden Huys sprak tot de verbeelding van de vermogende reiziger. In de daaropvolgende jaren gingen verschillende ontdekkingsreizigers op zoek naar het huis. Het was de Engelse sportjager Charles Gardiner die in 1876 een fragment van de houten vuistlepel meenam naar Engeland. Hij verkocht de lepel, samen met andere voorwerpen, aan boekhandelaar W.E. Goulden uit Canterbury voor 250 gulden. In 1892 kocht het ministerie van Buitenlandse Zaken de voorwerpen voor de kostprijs over van Goulden, waarna de lepel uiteindelijk deel ging uitmaken van de collectie van het Rijksmuseum.

De Willem Barentsz-lepel

Een vuistlepel

In de museumomschrijving wordt de Willem Barentsz-lepel aangeduid als vuistlepel, een kort model eetlepel dat gangbaar was in de late middeleeuwen en het begin van de vroegmoderne tijd (tot ongeveer 1600). Vuistlepels waren gemiddeld zo’n 11 centimeter lang, met een druppelvormige bak van ongeveer 5 centimeter breed en 5,5 cm lang. In de middeleeuwen waren er verschillende modellen vuistlepels in gebruik, variërend van eenvoudig en grof tot verfijnd met eenvoudige decoratie. Door hun compacte formaat waren ze gemakkelijk mee te nemen, en de korte steel verkleinde de kans op breuk. Want hoe vervelend is het als je maanden op zee bent en je lepel breekt? In feite is de vuistlepel een historische tegenhanger van wat we nu een zaklepel noemen.

Opvallende details

Een opvallend decoratief detail is de lange punt die vanuit de bak doorloopt in de steel. Daarnaast heeft de steel verticale lijnen met horizontale stoplijnen erdoorheen. Deze versiering lijkt op de stijl van de oude Griekse zuilen (in dit geval een Dorische zuil), die in de tijd van de renaissance (1400–1600) weer in de mode kwam. Het is deze decoratie, gecombineerd met de hoge kwaliteit van het snijwerk, die deze lepel zo bijzonder maakt.

Vooronderzoek

Ik begon met online zoeken naar vergelijkbare lepels uit dezelfde periode. Van dit model zijn meerdere lepels bewaard gebleven, wat een goed idee geeft van de oorspronkelijke vorm en afmetingen. De decoratieve punt vanuit de bak naar de steel is ook te zien bij een andere vondst. Dit geeft de indruk dat deze decoratie vaker werd gesneden bij de wat beter uitgevoerde lepels van dit model. Bij de grovere, simpelere lepels die uit dezelfde periode stammen, heb ik deze versiering niet gevonden.

Unieke decoratie

De verticale decoratie op de steel ben nergens anders tegengekomen. Het vergelijken van afbeeldingen van andere vondsten kan veel informatie geven. Zo kan helpen bij het invullen van ontbrekende gegevens over deze lepel. Maar uiteindelijk wil je de lepel in het echt bekijken om te zien of je vermoedens kloppen. Dit is ook belangrijk voor het zo goed mogelijk nasnijden van de lepel. En voor het toetsen van je ideeën op hun waarschijnlijkheid.  

Depotbezoek

De lepel wordt bewaard in het Centraal Collectiecentrum Nederland (CC NL), een groot, indrukwekkend, hypermodern gebouw vol prachtige en interessante voorwerpen. Het was een grote eer en superspannend om deze bijzondere, oude en kwetsbare lepel daar in het echt te mogen bestuderen.

Ik werd ontvangen in een algemene ruimte van het depot. Daar maakten we kennis en bespraken we en de voorwaarden van het bezoek, zoals het niet aanraken van de lepel. Pas hierna kreeg ik toegang tot het depot. Hier wordt de Willem Barentsz-lepel bewaard in een klimatologisch beschermde omgeving.

Het lepelfragment van de Willem Barentsz-lepel, een productielepel

De Willem-Barentsz-lepel heeft alle kenmerken van een productielepel. Bij dit type lepel is het belangrijk dat deze snel en efficiënt in grote hoeveelheden gemaakt kan worden. Hij is gesneden uit recht hout, waarschijnlijk met een grotere diameter en is radiaal uit het hout gesneden. Deze werkwijze is efficiënter en voorspelbaarder. Uit een grotere diameter hout kun je mooie rechthoekige blokjes halen, wat resulteert in minder verlies van hout en minder tijd en energie voor het uithakken van de ruwe vorm. Hierdoor kunnen er meer lepels uit minder hout gehaald worden dan wanneer je kiest voor hout met een kleinere diameter en de lepel tangentieel uit het hout snijdt.

Efficiënte vorm

De hoofdvorm van de lepel loopt van breed bij de bak, naar smal aan het eind van de steel. Hierdoor is er geen verandering van nerfrichting tijdens het hakken en snijden, waardoor het proces sneller gaat. Houtsoort is zeer waarschijnlijk beuken, hoewel er geen formele houtdeterminatie is gedaan. Beuken is heel geschikt voor het snel snijden van kleine, sterke vormen, wat ideaal is voor een zaklepel.

Hoewel het een productielepel betreft, is deze lepel zeer strak en verfijnd gesneden. De overgang van de steel naar de bak is kundig uitgevoerd, met mooie schuine overgangen die het verfijnde uiterlijk van de lepel benadrukken. De lepel heeft strakke lijnen, mooie verhoudingen en krachtige overgangen, wat de indruk wekt dat deze is gesneden door een zeer bekwame lepelsnijder.

Opmeten van de Willem Barentsz-lepel en sjabloontekenen

Tijdens mijn eerste depotbezoek heb ik de Willem Barentsz-lepel opgemeten, opgetekend en nagetekend. Wat bijvoorbeeld niet goed zichtbaar is op de foto, is de aanzienlijke kromming in de lepel. Maar wat echt opvallend was, en niet te zien op de foto van het Rijksmuseum, noch vermeld in de beschrijving, is het kruisje. Een eigendomsmerkteken dat op de achterkant van de lepel is gekerfd. Helaas is niet bekend wie van de bemanningsleden dat merkteken heeft gebruikt, maar het is wel bijzonder en zeker interessant. Daarover later meer.

Fotograferen van de lepel

Ik heb de lepel vanuit verschillende hoeken gefotografeerd om een geheugensteuntje te hebben voor het maken van het sjabloon en voor het nasnijden van de lepel. Uiteindelijk heb ik drie sjablonen gemaakt: één van de voorkant, één van de achterkant en één van de zijkant. Door de verkleuring van het hout in de loop der tijd en het ontbreken van een deel van de bak, was het moeilijk om precies te zien waar het diepste punt van de bak lag en hoe diep de bak daadwerkelijk was.

Problemen bij het nasnijden

Bij het nasnijden van de Willem Barentsz-lepel was het een uitdaging om de juiste verhoudingen, vorm en dikte van de bak te vinden. Het bleek vooral lastig om de juiste uitholling van de bak te verkrijgen. Totdat ik me herinnerde dat in Engeland vroeger met een ander type lepelmes werd gewerkt dan de messen die ik nu gebruik. In plaats van het nu meer gebruikelijke samengestelde mes, waarin de grote radius overgaat in een krul met een kleine radius, werd er destijds gewerkt met een groot enkelvoudig radiusmes (zie ook mijn blog over lepelmessen als je hier meer over wilt weten).

Vondsten van lepelmessen

Na enig onderzoek ontdekte ik dat er in de Lage Landen laatmiddeleeuwse vondsten van dergelijke messen waren. Dit bracht me ertoe om te experimenteren met een moderne uitvoering van dit type mes (de 65mm TWCA-Cam van Nic Westermann). Al snel werden mijn resultaten veel beter. De uitholling begon meer op die van het origineel te lijken, en ook de verhoudingen vielen nu veel beter op hun plek.

Afbeelding van een archeologische vondst van een laat-middeleeuws/vroeg moderne tijd lepelmes.
Tekening van een van de vondsten | bron Woodan Archeologische Houtdatabase

Terug naar het depot

De aansluiting van de nek naar de bak bleef een uitdaging. Uiteindelijk heb ik verschillende varianten gesneden en ben met mijn gereedschap en een aantal door mij gemaakte replica’s teruggegaan naar het depot. Nadat ik uitleg had gegeven over de problemen waar ik tegenaan liep, mocht ik de Willem-Barentsz-lepel, met handschoenen aan, voorzichtig aanraken om de vorm en dikte van de bak te voelen. Dit bleek overeen te komen met de varianten die ik had gesneden met de TWCA-Cam. Ook kon ik mijn lepels en mijn gereedschap direct vergelijken met de lepel in het depot. wat verdere bevestiging gaf van mijn vermoedens over de vorm van het lepelmes en de vorm van de lepel. De overgang van de schouders heb ik nog eens goed bestudeerd, en met deze nieuwe kennis ging het nasnijden van de replica’s veel gemakkelijker. Mijn resultaten werden beter.

Waarom nasnijden van de Willem Barentsz-lepel zo belangrijk is

Van het nasnijden van de lepel heb ik veel geleerd. Niet alleen ontdekte ik dat ik het “verkeerde” gereedschap gebruikte, maar ik ontdekte ook een aantal andere opmerkelijke eigenschappen van de lepel. Zo bleek dat het een balanceerlepel was. Dit betekent dat de steel rechtop blijft staan als je de lepel op de bak neerlegt, wat komt door de korte, lichte steel in verhouding tot de grote, zwaardere bak.

Daarnaast ontdekte ik dat de decoratieve punt, die vanuit de bak naar de steel loopt, het resultaat is van facetten die aan beide zijden van de lepel zijn gesneden, en dus niet het gevolg zijn van de verticale decoratieve lijnen. De punt ontstaat al voordat de laatste decoratie wordt aangebracht. Deze facetten maken onderdeel uit van de manier waarop de overgang van de steel naar de nek is gesneden. Het snijden van zulke facetten gaat snel en met krachtige bewegingen om een strak resultaat te krijgen, wat goed past bij het verfijnen van een productielepel. Ik ontdekte ook een snelle manier om de overgang naar de nek te snijden.

De verticale decoratie

De verticale decoratieve lijnen zijn gemaakt met een fijne guts, waarschijnlijk met een diameter van 2 mm of kleiner. Dit is te zien aan de halfronde vorm aan het uiteinde van het facet, daar waar de nek van de steel begint. Voordat deze lijnen met de guts werden uitgesneden, zijn eerst de horizontale stoplijnen gesneden en iets verdiept met een recht mes. Dit blijkt uit de aanzet van het gutswerk net na de stopsnede. Als de horizontale lijn pas daarna was aangebracht, zou er een rechte gutslijn zijn geweest die werd onderbroken en aan het einde weggesneden.

Scheve stopsneden

Het verticale gutswerk sluit mooi aan bij het ontwerp van de lepel en versterkt de decoratieve punt die vanuit de bak naar de steel loopt. Het geheel oogt harmonieus. Toch viel me iets op: telkens als ik de stopsneden zette, dacht ik bij mezelf dat een ervaren lepelsnijder ze niet zo scheef zou zetten. Daarnaast loopt één van de gutslijnen niet door tot het einde, maar stopt halverwege in de decoratieve punt. Dit is een fout die je hooguit één of twee keer maakt, maar niet iets wat je zou verwachten bij een lepel van deze kwaliteit.

Iets klopt er niet

Na de Willem Barentsz-lepel meerdere keren te hebben nagesneden, werd ik steeds zekerder: er klopt iets niet. De kwaliteit van het gutswerk en de stopsneden is beduidend lager dan die van het snijwerk van de lepel zelf. De decoratieve punt is duidelijk een onderdeel van het snijproces, maar de rest van de decoratie sluit hier niet op aan. De stopsneden en het gutswerk zijn pas als laatste toegevoegd, nadat de lepel al volledig was gesneden. Bovendien lijkt het werk te zijn uitgevoerd door iemand met minder ervaring.

De originele Willem Barentsz-lepel een detail van de overgang van de nek naar de bak en de scheve decoratieve lijnen.

Hebben meerdere mensen aan deze lepel gewerkt?

Zou het kunnen dat deze decoratie door iemand anders is aangebracht? Misschien door de eigenaar van de lepel, mogelijk uit verveling? Een mes had vrijwel iedereen in die tijd op zak, maar een guts? Zou die mee aan boord zijn geweest? Mensen die een replica van het schip hebben gebouwd, vertelden me dat zo’n guts geen onderdeel was van het standaard gereedschap voor onderhoud en reparatie. Maar zou het meegebracht kunnen zijn als persoonlijk voorwerp?

En zo begon een nieuwe zoektocht in het digitale archief naar het gevonden gereedschap…

Het eigendomsmerkje op de Willem Barentsz-lepel

En ja, er is één burijntje gevonden met hetzelfde eigendomsteken als op de lepel. Het is ongeveer even groot als de lepel zelf, maar heeft niet de juiste vorm om gebruikt te zijn voor het gutswerk. Toch is het niet ondenkbaar dat het onderdeel was van een setje, net zoals burijnen nu nog steeds in sets worden verkocht. De medewerkers van het depot lijken ook een verband te hebben gezien, want beide voorwerpen worden bij elkaar bewaard.

Of de eigenaar van de lepel de decoratie op de steel zelf heeft aangebracht, zullen we nooit met zekerheid weten. Wat we wél weten, is dat hij de lepel niet heeft meegenomen op de terugreis. En juist daardoor hebben wij vandaag de kans om deze bijzondere lepel te bestuderen.

Conclusie

Wat de Willem Barentsz-lepel zo bijzonder maakt, is niet alleen de vorm of de decoratie, maar vooral het verhaal dat erin verscholen ligt. Bij het snijden van de replica gaat het niet enkel om het exact namaken, maar om het opnieuw begrijpen. Welk gereedschap gebruikte de maker? Wat leer je als je dezelfde lijnen volgt, dezelfde keuzes maakt, dezelfde fouten toelaat? Wat vertelt dat over het maakproces – en wat neem je daarvan mee in je eigen snijwerk? Door oude vormen opnieuw te snijden, blijven ze niet alleen bewaard maar komen ze ook opnieuw tot leven. In dat snijproces ontmoet het verleden het heden – en krijgt een oud model opnieuw een stem.

Het snijden van een replica van de Willem Barentsz-lepel was niet zomaar een technische oefening, maar een manier om dichter bij de maker en gebruiker van de lepel te komen. Door dezelfde stappen te volgen en dezelfde keuzes te maken, leer je niet alleen over de techniek, maar ook over de mensen die deze lepels maakten en gebruikten. En juist dat maakt het nasnijden van historische objecten zo waardevol.

De kennis en inzichten die ik tijdens dit proces heb opgedaan, deel ik graag met anderen. Ik doe dit door lezingen, demonstraties en workshops op lepelfestivals en musea te geven. Deze blog is de uitgeschreven versie van een volledige lezing die ik inmiddels een aantal keren in binnen- en buitenland heb gegeven.

Als je deze historische lepel ook wilt snijden, dan vind je de sjablonen vind je hier in de webshop, samen met nog meer historische modellen.