In het begin had ik geen voorkeur. Al het hout was goed, zolang ik maar iets had om te snijden. In zekere zin is dat nog steeds zo. Als mijn houtvoorraad op raakt ben ik blij met (bijna) alles. Veel houtsoorten zijn bruikbaar. Maar wat is het beste hout voor lepels? Ook zachtere houtsoorten, als je hier in je ontwerp maar rekening mee houdt. Hout van naaldbomen gebruik ik niet, omdat er veel hars in zit en het daarom sterk geurt en plakt aan je mes. Ik heb een voorkeur voor harder loofhout met een fijne nerf. Zogenaamd ring poreus hout, met veel tannine als eiken heb ik liever niet. Ook essenhout vind ik te grof van structuur.

Wat is het beste hout om een lepel te snijden? Dit zijn mijn favoriete houtsoorten.
Mijn eerste ervaringen
Mijn eerste ervaringen met het snijden was met harde houtsoorten. Mijn eerste succesvolle lepel, die ik nog steeds gebruik, komt uit een stukje beukenhout dat met de storm uit de boom was gekomen. Ik had ook vaak hout van de hoogstamfruitbomen-snoeiploeg. Zachtere houtsoorten zoals berk en els kreeg ik pas later onderhanden.
Hardhout
Hardere houtsoorten hebben nog steeds mijn voorkeur. Het hout blijft langer goed, en ‘rijpt’ waardoor het makkelijker snijdt. Hout dat wat langer gelegen heeft, krijgt vaak mooie verkleuringen. Is het hardhout net iets droger, dan kun je de lepel in één keer afsnijden tot een spiegelgladde afwerking. Voorbeelden van hardhout zijn hout van fruitbomen (appel, kers, peer, pruim, walnoot), maar ook minder voor de hand liggende fruitsoorten als meidoorn. Lepels uit beukenhout, haagbeuken en plataan zijn erg fraai.
Zachthout
Van de zachtere houtsoorten werk ik graag met esdoorn, els. Berkenhout snijdt ook goed, zeker ook Scandinavisch berkenhout, omdat het hout daar langzamer groeit dan hier in Nederland. Supervers en dus supernat zachthout is net een spons. Het veert in en een supergladde afwerking krijg je pas als het hout nagenoeg droog is en met superscherp gereedschap wordt ‘afgesneden’.
Ook hazelaar is geschikt om mee te snijden, is lekker zacht en heeft een mooie tekening. Berk is heel geschikt voor beginnende lepelsnijders en heel goed verkrijgbaar. Daarom gebruik ik meestal berkenhout in de workshops. Zachthout snijdt makkelijker en dus sneller en is minder belastend voor spieren die nog getraind moeten worden. Het kost dus minder kracht en is veiliger, want minder kracht zetten is minder uitschieten. Je snijdt met zachthout makkelijker veel lepels en dus leer je sneller.
Mijn ervaring is dat lindehout voor het snijden van bruikbare lepels niet echt geschikt is. Desondanks wordt het vaak aanbevolen en op grote schaal als voorgevormde lepelblank aangeboden. Ik begrijp waarom: Lindehout wordt van oudsher veel gebruikt voor decoratief houtsnijwerk. Het hout van de Linde is namelijk heel zacht en voorspelbaar en dat is dus meteen het probleem. Doordat het zo zacht is, maak je er geen duurzame lepel mee, want het hout beschadigt veel te snel bij gebruik. Ik gebruik in de workshops dus geen lindehout voor lepels en ik maak er ook geen lepelblanks van. Ik gebruik het wel om decoratietechnieken te oefenen, vanwege het voorspelbare karakter.
Onbekend hout
Het ontdekken van nieuwe houtsoorten blijft leuk. Het is telkens weer een verrassing hoe het hout zich gedraagt. Snijdt het taai of glijdt het mes erdoorheen? Hoe is de kleur als het droogt? Is er een groot verschil tussen het kernhout en het spinthout? Wat gebeurd er als het hout oxideert? Geurt het hout, ruikt het lekker of niet? Vlekt het op de handen?
Welk hout kies jij?
Je kan dus kiezen uit vrijwel elke houtsoort. Maar wat is nou het beste hout voor jou? Eigenlijk is het antwoord: het hout dat je hebt. Want zonder hout snijd je geen lepel.
Heb je vers hout nodig? Lees dan ook eens mijn blog over waar je zelf vers hout kunt vinden. En als je echt snel van start wil en zelf even geen hout voorhanden hebt, zijn voorgehakte lepelvormen of mootjes vers hout een uitkomst. Je vindt die in mijn webshop.


